Posts tonen met het label arthur schnitzler. Alle posts tonen
Posts tonen met het label arthur schnitzler. Alle posts tonen

vrijdag 4 november 2011

arthur schnitzler - de eenzame weg of de egoïsten (1904)

Die Geschwister Johanna und Felix, beide Anfang zwanzig und ohne rechte Orientierung, sind umzingelt von Menschen mit Vergangenheit - einer Vergangenheit, die am lebendigsten war, als die Geschwister geboren wurden. Drei Männer, Künstlerfreunde, waren zu dieser Zeit eng miteinander verbunden, schliefen mit denselben Frauen und erfreuten sich ihrer prächtigen Zukunftsaussichten: Der eine galt zu dieser Zeit als große Hoffnung der neuen Malerei, der andere gab seine Offizierskarriere auf, um als Dichter zu reüssieren, der dritte, der Vater der beiden Geschwister, lenkte sein Leben in die geregelten Bahnen von Familie und „Kunstbeamtentum“. Nun, in der kritischen Mitte ihres Lebens, holt die Vergangenheit sie und die Frauen von damals wieder ein. Die Jugend von Johanna und Felix wird zum Tauschwert in einer Gesellschaft, die mit famoser Rücksichtslosigkeit um ihre Daseinsberechtigung kämpft.
Mit „Der einsame Weg“ hat der Wiener Arzt, Dichter und Frauenverbraucher Arthur Schnitzler ein schonungsloses Selbstporträt verfasst, das ihn nach eigener Aussage „Tränen der Verzweiflung“ vergießen ließ. Hervorgegangen aus vielen Fassungen, die sprechende Titel wie „Der Junggeselle“ und „Egoisten“ trugen, erlebte das Stück 1904 am Deutschen Theater Berlin seine Uraufführung.


bron

vrijdag 28 oktober 2011

arthur schnitzler - anatol

Vanaf zijn zeventiende houdt Arthur Schitzler nauwkeurig een dagboek bij. In de jaren voor zijn dood bewerkt hij dit tot een (onaffe) autobiografie. Schnitzler is Wener in hart en nieren, vanaf zijn geboorte in 1862 woont hij in de stad en maakt deel uit van het intellectuele leven in de koffiehuizen en theaters. In zijn boeken duikt Wenen veelvuldig op. Het wemelt er van de Weense villa’s, straten en uitgaansgelegenheden als Sacher (van de beroemde taart) of de Prater, een pretpark op een eiland in de rivier de Donau.
In zijn dagboek brengt Schnitzler verslag uit van zijn familieleven, zijn talrijke liefdes en de verschillende kringen waar hij zich in begeeft. Ook houdt hij er zijn theater- en concertbezoeken in bij, gecompleteerd met het aantal orgasmen dat hij beleeft. Verslaafd aan de liefde en kunstliefhebber, dat is Schnitzler in een paar woorden. […]


lees verder

arthur schnitzler

The Austrian and German drama are often confused. In reality, they have nothing in common but language, and the difference between them may be measured by the difference between the spirit of Berlin and the spirit of Vienna. The German playwrights reflect phases of their national temperment clearly enough. Sudermann, for example, is always heavily Prussian. The stucco palaces of Die Ehre and Sodoms Ende belong essentially to upper middle class Berlin; the farms and country houses of Johannisfeuer and Das Glück im Winkel are as distinctively North German as their pastors are Protestant. Hauptmann's legendary plays are built of German mythology, and even his Silesian peasant dramas gravitate naturally towards the Northern capital. Wedekind's laborious introspection and substantial satire are German to the core. […]


lees verder

arthur schnitzler

[…] Schnitzler's early literary reputation was largely gained through his plays, starting from ANATOL (1893), about the "sexual neurasthenia" of a young man. His work, which was daring for his time, shows deep understanding of the unconscious and the subconscious - he has often been classified as the creative equivalent of his friend Sigmund Freud, who admitted in 1906 in a letter to Schnitzler, that he recognized his "double" in the author. Schnitzlser's stories of sexual intrigue and portrayals of women were well received by a faithful circle of readers. […]


gehele artikel

arthur schnitzler

Arthur Schnitzler (Wenen 1862 - 1931) was arts en schrijver van
proza en toneel (bevriend met o.a. Hugo van Hoffmansthal).
Sigmund Freud noemde hem zijn geestelijke 'dubbelganger'.
[foto: Arthur Schnitzler op zestienjarige leeftijd]

woensdag 2 februari 2011

arthur schnitzler - reigen [fragment]

soldaat komt fluitend voorbij
hoer Ga je mee, lekker ding?
soldaat keert zich om, loopt dan weer door
hoer Ga je niet mee?
soldaat Ah, ben ik dat lekkere ding?
hoer Ja, hè, hè, wie anders? Kom nou maar. Ik woon hier vlakbij.
soldaat Ik heb geen tijd, ik moet naar de kazerne.
hoer Die kazerne blijft wel staan, bij mij is het beter.
soldaat dicht bij haar Dat geloof ik graag.
hoer Ssst! Het stikt hier van de politie.
soldaat De politie. Nou en. Ik heb ook een sabel bij me, hoor.
hoer Hou toch op, ga mee.
soldaat Laat me met rust, ik heb toch sowieso geen geld.
hoer Ik hoef geen geld.

vrijdag 28 januari 2011

arthur schnitzler - reigen [fragment]

SOLDAT kommt pfeifend, will nach Hause.
DIRNE. Komm, mein schöner Engel.
SOLDAT wendet sich um und geht wieder weiter.
DIRNE. Willst du nicht mit mir kommen?
SOLDAT. Ah, ich bin der schöne Engel?
DIRNE. Freilich, wer denn? Geh, komm zu mir. Ich wohn gleich in der Näh.
SOLDAT. Ich hab keine Zeit. Ich muß in die Kasern!
DIRNE. In die Kasern kommst immer noch zurecht. Bei mir is besser.
SOLDAT ihr nahe. Das ist schon möglich.
DIRNE. Pst. Jeden Moment kann ein Wachmann kommen.
SOLDAT. Lächerlich! Wachmann! Ich hab auch mein Seiteng wehr!
DIRNE. Geh, komm mit.
SOLDAT. Laß mich in Ruh, Geld hab ich eh keins.
DIRNE. Ich brauch kein Geld.

klik hier voor oorspronkelijke Duiste versie

donderdag 27 januari 2011

arthur schnitzler (1862-1931)

arthur schnitzler - reigen

[…] Reigen (Reidans, 1903; geschreven 1896-97), het klassieke toneelstuk over seksualiteit. Het stuk hoort, als de andere kant van één medaille, bij het vlak daarvoor geschreven Liebelei, een ironische titel (“Schatje”) dat de lading niet dekt. Want de vrouwelijke hoofdpersoon is nu juist geen snolletje, maar een eerlijk, naïef-verliefd meisje dat de dupe wordt van de machinaties van de cynische Fritz.
In Reigen hebben twaalf Weners in twaalf episoden vluchtige seks met elkaar: deerntje met soldaat, soldaat met dienstmeisje, dienstmeisje met jongeheer enzovoorts – tot de graaf het weer doet met het derntje). Alle sociale groepen zijn in elkaar verknoopt, als in een soort seksuele rattenkoning. Dit beeld van Weners als oversekste hedonisten viel natuurlijk evenmin goed. Het preutse burgerdom stoorde zich eraan dat deze werkelijkheid überhaupt genoemd werd – dat Schnitzler er impliciet weinig waardering voor opbrengt was een subtiliteit die hun waarschijnlijk ontsnapte. De eerste opvoeringen, in 1920 in Berlijn, zorgden voor tumult en rechtszaken. […]


aan te raden boek: de eeuw van schnitzler

Burgers in de Victoriaanse Tijd

Preutsheid en benepenheid
De negentiende eeuw was de eeuw van de opkomst van de industrialisatie. De steden werden centra van industrie en groeiden snel. De burgers en de gewone man kregen het beter en verwierven steeds meer macht. Deze geschiedenis werd door de Amerikaanse geschiedkundige Peter Gay beschreven in "De eeuw van Schnitzler". De talloze liefhebbers van Geert Mak zullen "De eeuw van Schnitzler" waarderen, omdat Peter Gay in een enigszins vergelijkbare stijl schrijft.

arthur schnitzler - reigen

Arthur Schnitzler was born on the 15 of May 1862 as the son of a Jewish medical Doctor. He spent five years studying medicine at the Vienna University and became an admirer of Sigmund Freud. Later Schnitzler and Freud became closer friends and shared many similar ideologies. After his studies at the University he joined the army for one year and received his doctorate at the same time. In 1885 Sigmund Freud and Schnitzler shared many ideas and interests, which examined the theories of unconsciousness and sub-consciousness. At the age of 31 Schnitzler decided to focus on his writing and his critical views of the K&K monarchy (Kaiserlich und Koeniglich). From the year 1890 onwards, Schnitzler and Hugo von Hofmannsthal belonged to an elite artistic group called the "Wiener Modern". In this establishment he was one of the most vehement critics of the K&K monarchy of Austria and Hungary. Only three years later Schnitzler decided to open his own private practice to be able to focus more on his writing. His novel "Leutnant Gustl" which became publicized in 1900 was the first to use an inner monologue as a new form of expression. His novel, which was an insult to the Austrian Army, made him loose the honours he had received when being in the army. He first started to write novels such as the Reigen, but Schnitzler also developed a certain passion for writing fiction, which later became the dominant style in his life. When his daughter committed suicide in the year of 1930, many people said that Schnitzler never really recovered from this tragedy and that his loss made his life seems pointless. Arthur Schnitzler died eventually one year later on the 21st of October in 1931 in Vienna. Later the Nazis in Germany and Austria banned his plays and novels, as they did with many Jewish writers.