woensdag 22 oktober 2014

interview met rob de graaf

interview Rob de Graaf n.a.v Geslacht

Geslacht
De Volkskrant Gepubliceerd | donderdag 12 februari 2004.

'Mijn stukken gaan over machteloosheid'
Van onze medewerkster Karin Veraart

AMSTERDAM - Alle stukken van Rob de Graaf behandelen existentiële teleurstelling. Geslacht, een nieuw stuk voor toneelgroep Dood Paard, is daar geen uitzondering op. Over achterom kijken en niet begrijpen en verder kijken en niet weten.

'Ja, zelfs het heel gevaarlijke woord well-made play is gevallen', zegt Rob de Graaf met een lachje. Maar dat is inmiddels alweer geschiedenis. 'Verdwenen, weggeretoucheerd, zoals sommigen in stalinistische tijden uit de gratie raakten en op wonderbaarlijke wijze van foto's verdwenen.' Voor hem op tafel in een grand-café in Amsterdam Oud-West ligt zijn nieuwste toneelstuk. Mooi gekaft in de typerende zwart-wit vormgeving van toneelgroep Dood Paard. Geslacht heet het.

Zo eens in de twee jaar begint het te kriebelen: laten we nog weer eens iets samen doen. Dood Paard en toneelschrijver De Graaf zijn al een combinatie sinds het ontstaan van de groep op de Arnhemse toneelschool, pakweg tien jaar geleden. De jonge garde hield van de stukken van Nieuw West, de spraakmakende en provocerende club waarmee De Graaf naast Marien Jongewaard en Dik Boutkan geregeld stof deed opwaaien, een woest-energiek stel dat zijn wortels had in de late jaren zeventig.

Hoewel Rob de Graaf (1952) zoals hij zelf zegt, met de jaren wat gematigder is geworden, is zijn werk (nog immer) van vaak grote heftigheid en poëtische zeggingskracht; werk dat afgelopen najaar werd bekroond met de Charlotte Köhler-prijs. 'Maar zo'n ''goed geschreven stuk'' met echte rolverdeling, dat was voor mij weer heel wat anders.' En ook voor de spelers, die er in eerste aanleg om hadden gevraagd.

Geslacht dus. Het stuk is niet eenvoudig in een paar regels te vatten of te duiden. Vier mensen, twee stellen, tegenover elkaar; avonden achtereen, met veel drank en wanhoop. De Graaf schreef het met drie van de vaste Dood Paard-acteurs voor ogen. 'Dat is voor mij een energiebron. En daarbij speelde misschien onbewust mee dat een van de eerste dingen die ik van hen zag Wie is er Bang voor Virginia Woolf was; in de verte vergelijkbaar.

' Het liep wel een beetje anders allemaal. ' Je hebt twee dingen: de tekst en de voorstelling. Wat er bij mij nog well made aan is, wordt door de acteurs met bekwame hand door elkaar gegooid. Door er dingen aan toe te voegen die allerminst rechtstreeks uit de tekst voortvloeien. ' Hij heeft nu twee voorstellingen voor publiek gezien. 'Het voelde toch een beetje alsof ik een soort Anton Pieck-schilderijtje heb gemaakt, waar zij vervolgens een Jackson Pollock overheen hebben gegooid. De sporen van de verfijnde constructie zie je nog wel, maar er is heel veel artistieke ruis aan toegevoegd. Ik ben er nu heel blij mee hoor, laat dat duidelijk zijn.'

Hij zwijgt even. 'Waar gaat het over, wat betekent het. Tja. Ik aarzel altijd een beetje. Als je gaat uitleggen kom je toch al snel op: de wereld is slecht en we hebben veel verdriet en dat wisten we al. Laat ik zeggen: voor mij hebben al mijn stukken te maken met een existentiële teleurstelling. Te maken met ouder worden, met achterom kijken en niet begrijpen, met vooruit kijken en niet weten. De machteloosheid om werkelijk iets te doen, gekoppeld aan een sterke gehechtheid aan taal. Het zijn allemaal mensen die niet op hun mondje gevallen zijn als het erom gaat de situatie waarin ze verkeren breed uit te meten; en tegelijkertijd lijkt het of alle energie in dat denken en praten zit. Ze zitten erin gevangen.

'Het valt op dat Geslacht bitter blijft. 'Er worden weinig ontsnappingsclausules bijgeleverd. Het heeft er wel mee te maken, dat ik in deze fase van m'n leven ben . Eén waarin je terugkijkt en je toch dingen afvraagt, al heb je objectief niet veel te klagen.' Een toneelstuk is bovendien soms een verheviging van wat je waarneemt, zegt hij. Egocentrisme, cultuurpessimisme. 'Als je je niet realiseert dat dat geen gezond dieet is, kom je mogelijk niet verder dan de mensen in Geslacht.

'Tot zijn aanvankelijke verbazing had Dood Paard intermezzo's met dans ingelast. Maar die vallen nu eigenlijk wel op hun plaats. 'Een onderbreking in die tractor van woorden die over je heen walst, zeiden sommige mensen al.' Tekst en enscenering groeien naar elkaar toe. 'En ik schrijf toneel omdat ik van producties houd. Iets maken dat ondanks het onvermijdelijk solistische van het schrijven, ook samenwerken inhoudt.

'En dat doet hij graag in verschillende constellaties, de voorlaatste keer met Keessen en Co een stuk rondom Poncke Princen ; waarbij thematiek en taal altijd een constante, zekere lijn volgen.

'In mijn werk kan ik dingen beweren die ik in het echt niet zo snel zou zeggen. Een stellingname, die een afsplisting is van wat ik denk, van wat ik zou kunnen denken. Die vrijheid moet je koesteren. Het moet niet zo zijn dat je stukken zo redelijk en gematigd worden als jijzelf.